| DE GESCHIEDENIS VAN RIJEKA. Er zijn sporen van prehistorische nederzettingen in deze regio terug gevonden.Een lange tijd geleden leefde er een Keltische stam. In de oudheid was de naam van de stad Tarsattica. De naam Trsat is afgeleid van het Keltische woord “tarsa”, en betekent heuvel boven de rivier. Er waren nederzettingen van de Illyrische stam “Liburni”, bewoond door matrozen, piraten en scheepsbouwers. Het oudst bestaande spoor dat getuigd van de aanwezigheid van de mens in de regio Rijeka dateert van de Paleolithische en Neolithische tijd, terwijl ruïnes van de prehistorische heuvelforten dateren uit het bronzen en ijzeren tijdperk. Deze nederzetting domineerde de baai van Rijeka en beschermde tevens de haven in de tijd van de Illyrische stammen. De Romeinen herplaatste het stadscentrum dichter bij de zee, op de rechteroever van de monding Rijecina rivier.Vele archeologische sites (de fundamenten van de Romeinse gefortifisieerde muren, de muren van woningen, ruïnes van thermische baden, de Romeinse poort) getuigen over de graad van verstedelijking van het Romeinse Tarsattica. Gezegend met zachte glooiingen en een smalle kust strook, een overvloed van zoet water bronnen, omgeven door een baai en de aanwezigheid van de kenmerken van een natuurlijke haven, bezat de nederzetting alle punten om uit te kunnen groeien tot een grote zeehaven en handelscentrum. Dit zette de ingeweken Kroaten aan om Tarsattica over te nemen en een nieuwe nederzetting op te bouwen. Het eerste originele document over deze middeleeuwse nederzetting dateert uit de eerste helft van de 13de eeuw. Toch spreken historische bronnen over 2 nederzettingen. Trsat op de heuvel van de linkeroever van de Rijeina rivier, op de plaats van de vroegere Liburnische nederzetting Tarsata, en Rijeka aan de kustlijn waar het Romeinse Tarsattica was. Rijeka was op dat moment een kleine gefortifisieerde stad, omgeven door stadsmuren met verschillende verdedigingstorens. De stad was verdeeld in 2 delen. In het bovenste gedeelte was een middeleeuws kasteel en de kerk van St. Vitus (afgeleid van de naam Flumen Sancti Viti), terwijl het onderste deel, het commercieel en handelscentrum, bekend staat onder de naam Rika of Rijeka. In het begin, alsook naar het einde van de 16de eeuw was Rijeka in handen van de Devin adel; de prinsen van Krk, gevolgd door de familie Walsea. Vanaf 1466 was het in het bezit van de Habsburgers. Een duidelijke economische ontwikkeling startte in de 16de eeuw, met de handel van ijzer, olie, hout, vee en leder. Herhaalde aanvallen door de Turken, oorlogen tussen de opvolgers van de Hongaarse troon, alsook de lange gevechten de Uskoks en Venetië diende enkel om de handelsroutes te verstoren. De aankomst van de Jezuïeten in Rijeka en de stichting van het Gymnasium verbeterde de opleiding en het culturele leven van de inwoners en versterkte het Romanisme en verminderde het gebruik van de Kroatische taal en het Glagolitische schrift. De economie van Rijeka begon opnieuw te bloeien in de 18de eeuw. Op dat moment riep keizer Karel VI Rijeka uit tot vrije haven. Kort daarna gebruikte Hongarije, de rijzende macht in de Habsburg monarchie, Rijeka als zijn poort naar de wereld. OP het keerpunt van de 18de eeuw was Rijeka onder het bewind van Frankrijk en Oostenrijk. De turbulente 20ste eeuw. In 1848, het jaar van de volksopstand, werd Rijeka verenigd. Het gevecht tussen Kroatië en Hongarije escaleerde verder. Met de Kroatische Hongaarse afspraak van 1868, bekend als de Patch van Rijeka, werd een voorlopig bewind gevestigd waardoor Rijeka onder het directe bewind kwam van Hongarije. Rijeka ontwikkelde zich snel tot het grootste Hongaars maritiem imperium. |
|
|
DE STADSTOREN. DE OUDE POORT. Het is bewezen dat de “Oude Poort” het oudste historische monument van Rijeka is. Sinds 1700 heeft dit monument de aandacht getrokken van vele geïntresseerde wetenschappers. In de 19de eeuw geloofde men dat de “Oude Poort” een triomfboog was die ooit opgericht werd om de heerser Claudius te eren. Later geloofde men dan weer dat de “Oude Poort” de stadspoort was, terwijl Rijeka’s Cimiotti bewees dat het een verstevigingspoort was. De dag van vandaag beweert archeoloog Dr. Mate Suic echter dat het een praetoriumpoort was (Praetorium was aanvankelijk de benaming voor het hoofdkwartier van een Romeins leger. Later werd praetorium de benaming voor de residentie van de procurator (stadhouder of gouverneur) van een Romeinse provincie, en de benaming voor het keizerlijk hoofdkwartier.). De enige overgebleven decoratie van het monument richt zich naar de zee toe. DE KERK VAN ST. VITO.
|
|
|